zondag 14 december 2025 om 10.00 uur

Kerkdienst Dorpskerk, 3e zondag van advent
Voorganger(s): Pastor Eveline Meulenberg
Tekst(en): lucas 1:39-56
Organist: Katalin Somogyi

1e collecte: Werelddiaconaat (India)
2e collecte: Kerkelijk Beheer

Het is derde advent en staat in het tekenen van Maria. De meest gezegende van alle vrouwen, zoals haar nicht Elisabet haar noemt. Als protestanten zijn we niet zo vertrouwd met deze verheven positie van Maria.

Maar deze zondag staat ze in het licht en kijken we door haar ogen naar de belofte van God. We horen haar lied
in Lucas 1:39-56 en zingen met haar mee.
We maken op vierde advent een uitstapje naar het Matteüsevangelie om ons in te leven in de rol van Jozef.

Lucas 1:39-56

39 Kort daarop reisde Maria in grote haast naar het bergland, naar een stad in Juda,
40 waar ze het huis van Zacharias binnenging en Elisabet begroette.
41 Toen Elisabet de groet van Maria hoorde, sprong het kind op in haar schoot; ze werd vervuld van de heilige Geest
42 en riep luid: ‘De meest gezegende ben je van alle vrouwen, en gezegend is de vrucht van je schoot!
43 Wie ben ik dat de moeder van mijn Heer naar mij toe komt?
44 Toen ik je groet hoorde, sprong het kind van vreugde op in mijn schoot.
45 Gelukkig is zij die geloofd heeft dat de woorden van de Heer in vervulling zullen gaan.’
46 Maria zei: ‘Mijn ziel prijst en looft de Heer,
47 mijn hart juicht om God, mijn redder:
48 Hij heeft oog gehad voor mij, zijn minste dienares. Alle geslachten zullen mij voortaan gelukkig prijzen,
49 ja, grote dingen heeft de Machtige voor mij gedaan, heilig is zijn naam.
50 Barmhartig is Hij, van geslacht op geslacht, voor al wie Hem vereert.
51 Hij toont zijn macht en de kracht van zijn arm en drijft uiteen wie zich verheven wanen,
52 heersers stoot Hij van hun troon en wie gering is geeft Hij aanzien.
53 Wie honger heeft overlaadt Hij met gaven, maar rijken stuurt Hij weg met lege handen.
54-55 Hij trekt zich het lot aan van Israël, zijn dienaar, zoals Hij aan onze voorouders heeft beloofd:
Hij herinnert zich zijn barmhartigheid jegens Abraham en zijn nageslacht, tot in eeuwigheid.’
56 Maria bleef ongeveer drie maanden bij haar, en ging toen terug naar huis.

terug
×